Boosheid en frustratie begeleiden

Gevoelens en begeleiding · Dreumesen en peuters

Een bouwwerk valt om, een kind wil een speeltje of een overgang komt te vroeg. Hoe blijf je beschikbaar, geef je duidelijke grenzen en kijk je achteraf naar wat er gebeurde?

Illustratief beeld van een rustige speelhoek met lage houten kast, grote blokken en een bankje.

Op deze pagina

Blijf beschikbaar in een lastig moment

Een peuter probeert een groot blok op een toren te zetten. De toren valt en het kind begint te huilen. Kijk eerst wat er gebeurt en zorg dat het kind en de omgeving veilig zijn. Maak contact op een manier die past bij dit kind. Je hoeft de toren niet meteen opnieuw te bouwen om aanwezig te zijn.

Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft dat peuters hun gevoelens en die van anderen nog leren begrijpen. Volwassenen kunnen helpen door te benoemen, uitleg te geven, te troosten en duidelijke grenzen te bieden. De onderstaande voorbeelden zijn praktische mogelijkheden voor gewone dagelijkse situaties op de groep.

Benoem wat je ziet, met ruimte voor twijfel

Begin bij de gebeurtenis: de toren viel om. Je kunt daarna voorzichtig verwoorden wat je denkt te zien: volgens mij baal je daarvan. Kijk of het kind herkenning laat zien of iets anders duidelijk maakt. Soms gaat het vooral om het gevallen werk; soms was er al eerder iets lastig.

Houd je taal eenvoudig. Op een heftig moment kan een lange uitleg te veel tegelijk vragen. Een rustige stem, een korte zin en tijd om te reageren kunnen een bruikbaar begin zijn. Je hoeft niet te vragen waarom het kind boos is voordat je steun aanbiedt.

Maak de grens concreet en help verder

Wanneer een kind met een blok wil gooien richting een ander, voorkom je dat iemand geraakt wordt en benoem je de grens kort. Daarna bied je een haalbare mogelijkheid: het blok kan op de grond worden gelegd en jij blijft dichtbij. Volg hierbij de veilige werkwijze van je organisatie en vraag een collega om hulp wanneer dat nodig is.

Een grens wordt duidelijker als jouw volgende handeling ermee overeenkomt. Richt je ook op het andere kind als dat geschrokken is. Organiseer voldoende nabijheid voor beiden. Het terugvinden van een werkbaar moment is belangrijker dan het direct laten uitspreken van een excuus dat een kind nog niet kan begrijpen.

Vraag welke steun mogelijk is

Niet ieder kind wil direct een aanraking of een knuffel. Je kunt aanbieden om erbij te zitten of samen naar een rustiger plek te gaan. Blijf kijken naar wat het kind aangeeft. Ook een kind dat weinig zegt, kan met afstand nemen, kijken of een hand uitsteken duidelijk maken welke nabijheid prettig is.

Een rustige plek blijft een plek met beschikbare begeleiding. Bespreek als team hoe je nabijheid organiseert terwijl andere kinderen verder spelen. Het mag geen toevallige keuze zijn waarbij een overstuur kind uit beeld raakt. Soms helpt vooral dat dezelfde vertrouwde professional even beschikbaar blijft.

Praktijkvoorbeeld: twee kinderen willen dezelfde wagen

Twee kinderen trekken aan een grote speelgoedwagen. De professional gaat dichtbij zitten, stopt het trekken wanneer het onveilig wordt en benoemt dat beiden de wagen willen. Zij helpt het kind dat hem gebruikte verder en zoekt met het andere kind een haalbare mogelijkheid. Er staat bijvoorbeeld nog een geschikte wagen klaar.

Een tweede exemplaar lost niet iedere situatie op. Het kind kan juist deze wagen willen. De professional blijft de afspraak helder uitleggen en biedt steun. Later kijkt het team of de opstelling, het aantal materialen of de start van het spel een aanpassing vraagt. Zo wordt het moment ook informatie voor de voorbereiding.

Kijk later naar de hele situatie

Wanneer het weer rustig is, kun je kort terugkomen op wat er gebeurde. Houd rekening met wat het kind kan volgen. Je kunt de gevallen toren bekijken of samen bedenken waar het blok een volgende keer kan liggen. Dit is een uitnodiging tot begrijpen, geen verplicht gesprek over gevoelens.

Voor jezelf noteer je de volgorde: wat gebeurde vóór de reactie, wat deed jij en wat volgde? Houd mogelijke verklaringen apart. Eén heftig moment vertelt niet hoe een kind altijd is. Let ook op momenten waarop een vergelijkbare situatie anders verliep; die kunnen aanknopingspunten geven.

Kies een kleine vervolgstap

Bespreek met een collega één haalbare aanpassing. Misschien maak je meer bouwruimte, kondig je een overgang eerder aan of verdeel je de begeleiding anders. Kies wat aansluit bij jullie waarnemingen. Gebruik het observatieblad om bij een volgend moment te kijken wat de aanpassing mogelijk maakt.

Wanneer moeilijke momenten terugkeren en jullie vragen houden, bespreek dit met de mentor, pedagogisch coach en ouders volgens de afspraken van de organisatie. Verzamel concrete voorbeelden uit verschillende momenten. Dit artikel ondersteunt dagelijks pedagogisch handelen; het is geen beoordeling of behandelplan voor een kind.

Verder lezen en gebruiken

Bronnen en verdieping

NJi: peuters en gevoelens · NJi: interactievaardigheden van de professional

De praktijkvoorbeelden, formats en stappen op deze pagina zijn eigen uitwerkingen van Pedagogisch Praktisch. Stem de toepassing af op de kinderen, de werkwijze en de afspraken van je organisatie.

Pedagogisch Praktisch

Praktische pedagogiek, materialen en kennis voor professionals in de kinderopvang.


© Pedagogisch Praktisch