Spelen in kleine groepjes

Begeleiding op de groep · Dreumesen en peuters

Hoe organiseer je een spelmoment met aandacht voor ieder kind? Lees hoe je groepsgrootte, materiaal en begeleiding afstemt zonder dat kinderen steeds moeten wachten.

Begin bij de bedoeling van het moment

Een klein groepje kan een praktische keuze zijn wanneer je kinderen van dichtbij wilt volgen of materiaal wilt aanbieden dat begeleiding vraagt. Bepaal eerst wat je wilt mogelijk maken. Wil je zien hoe twee kinderen een materiaal verkennen, samen een eenvoudig verhaal spelen of zelfstandig iets uitproberen?

Het Nederlands Jeugdinstituut benadrukt het belang van afstemmen op het eigen tempo en de ontwikkelingsfase van kinderen. Groepsgrootte is één van de keuzes waarmee je die afstemming kunt organiseren. Een klein groepje werkt niet vanzelf: je eigen aandacht, de ruimte en het beschikbare materiaal doen ook mee.

Twee tot vier kinderen als praktische start

Voor een begeleide speluitnodiging kun je bijvoorbeeld met twee tot vier kinderen beginnen. Dit is een organisatiekeuze, geen norm of garantie dat het altijd de beste groepsgrootte is. Kijk of je de kinderen werkelijk kunt volgen en of ieder kind kan handelen.

Spreek met je collega af wie de rest van de groep begeleidt, wie bereikbaar is en wat je doet als de situatie verandert. Stem dit af op de personele bezetting en de afspraken van de locatie. Een spelmoment moet passen binnen de hele groep, niet alleen binnen jouw tafel.

Wachten is ook een signaal voor de voorbereiding

Wanneer drie kinderen één hulpmiddel willen, gaat jouw aandacht al snel naar de beurtverdeling. Je kunt dan nauwelijks volgen hoe ieder kind het materiaal gebruikt. Voor een startmoment kun je hetzelfde hulpmiddel in meerdere exemplaren klaarleggen, of kiezen voor materiaal dat ieder kind tegelijk kan gebruiken.

Het oefenen van beurt nemen kan later een bewuste bedoeling zijn. Maak onderscheid tussen een moment waarin je wilt dat kinderen zelfstandig onderzoeken en een moment waarin je samen een eenvoudig beurtspel begeleidt. Niet ieder spelmoment hoeft beide doelen te dragen.

Praktijkvoorbeeld: eigen bakjes, gedeelde belangstelling

Je nodigt drie kinderen uit bij een lage tafel. Ieder kind krijgt een eigen bak met grote, geschikte bouwblokken. Eén kind vult de bak, één bouwt op tafel en één legt blokken naast het bakje. Je zegt kort wat je ziet en kijkt waar een kind zelf contact zoekt.

Wanneer een kind naar de toren van een ander wijst, kun je de aandacht delen: ‘Je kijkt naar die hoge toren.’ Laat het andere kind reageren. Je hoeft de kinderen niet meteen samen één toren te laten bouwen. Je kunt onderling contact ondersteunen terwijl ieder kind een eigen handeling houdt.

Een kind kan ook eerst op afstand kijken. Benoem dat er ruimte is om later aan te sluiten. Meedoen is een uitnodiging, geen opdracht om een bepaalde tijd aan tafel te blijven.

Verdeel je aandacht bewust

Ga zo zitten of staan dat je de handen, gezichten en materialen van de kinderen kunt zien. Richt je kort op één handeling en blijf beschikbaar voor de anderen. Wanneer je merkt dat je alleen nog problemen oplost, is dat informatie over je organisatie.

Verander dan één voorwaarde: verklein het groepje, geef meer ruimte, voeg een tweede hulpmiddel toe of vereenvoudig de start. Kijk daarna of kinderen weer zelf verder kunnen. De aanpassing hoeft geen oordeel te zijn over het gedrag van een kind.

Zo rond je af zonder haast

Kondig de afronding aan met een concrete handeling: ‘Je kunt dit blok nog neerzetten. Daarna gaat de bak terug.’ Geef kinderen een kleine rol die past, zoals één bak dragen of een hulpmiddel op de vaste plek zetten. Laat een bouwwerk waar mogelijk nog even staan.

Een kind dat eerder klaar is, kan naar een passende andere speelplek. Stem met je collega af hoe de overgang verloopt. Zo hoeft jouw eigen einde van het moment niet automatisch het einde van ieders betrokkenheid te zijn.

Kijk terug op jouw organisatie

Noteer op het evaluatieblad wat kinderen zelfstandig deden, wanneer hulp nodig was en hoeveel van jouw aandacht naar organiseren ging. Bespreek één concreet voorbeeld met een collega. Kies vervolgens wat je herhaalt en wat je verandert.

Je kunt dezelfde uitnodiging met een andere combinatie van kinderen aanbieden. Vergelijk de situaties voorzichtig: belangstelling, bekendheid met materiaal en het moment van de dag kunnen verschillen. Het doel is een beter passende voorbereiding, geen wedstrijd tussen groepjes.

Verder lezen en gebruiken

Bronnen en verdieping

NJi: interactievaardigheden van de pedagogisch professional

De praktijkvoorbeelden en stappen op deze pagina zijn eigen uitwerkingen van Pedagogisch Praktisch. Stem de toepassing af op de kinderen, de werkwijze en de afspraken van je organisatie.

Pedagogisch Praktisch

Praktische pedagogiek, materialen en kennis voor professionals in de kinderopvang.


© Pedagogisch Praktisch