Een betekenisvolle ouderoverdracht

Samenwerken met ouders · Dreumesen en peuters

Vertel bij het ophalen meer dan ‘het ging goed’, met weinig woorden en een concreet beeld van de dag. Zo verbind je ervaringen op de groep met wat ouders thuis herkennen.

Begin met iets dat je werkelijk hebt gezien

Een overdracht wordt concreter wanneer je één betekenisvol moment kiest. Vertel wat het kind deed, welke reactie je zag en hoe jij begeleidde. ‘Ze speelde leuk’ geeft een algemeen oordeel. ‘Ze zette drie blokken op elkaar en riep jou na toen de toren omviel’ laat een herkenbare gebeurtenis zien.

Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft dagelijks contact en wederzijdse informatie-uitwisseling als belangrijke onderdelen van samenwerken met ouders. Ouders kennen hun kind in andere situaties dan jij. Een overdracht is daarom niet alleen vertellen, maar ook luisteren en afstemmen.

Drie onderdelen voor een kort gesprek

Je kunt je overdracht voorbereiden met een gebeurtenis, jouw begeleiding en een vraag. Niet ieder gesprek hoeft alle onderdelen te bevatten. Kies wat voor dit kind en deze ouder vandaag relevant is.

Gebeurtenis: ‘Vandaag wilde hij zelf de blokken naar de kast brengen.’ Begeleiding: ‘Ik hield de bak vast zodat hij ze kon neerleggen.’ Vraag: ‘Wil hij thuis ook graag helpen met opruimen?’ Zo krijgt de ouder ruimte om eigen ervaringen toe te voegen.

Praktijkvoorbeeld: ontdekken aan tafel

Je kunt vertellen: ‘Ze onderzocht vandaag wat er gebeurde als ze twee grote blokken naast elkaar legde. Ze schoof ze steeds een beetje verder uit elkaar. Ik bleef erbij en benoemde haar handelingen. Later liet ze een ander kind zien wat ze had gemaakt.’

Daarna kun je vragen: ‘Herkennen jullie dat ze dingen graag neerlegt en verplaatst?’ Het antwoord kan je helpen om het aanbod op de groep beter te begrijpen. Misschien doet het kind thuis iets vergelijkbaars, misschien ziet de ouder juist een heel andere belangstelling.

Je hoeft in de dagelijkse overdracht niet alle mogelijke ontwikkelingsgebieden te benoemen. Een helder voorbeeld kan genoeg zijn om te laten zien dat je het kind hebt gevolgd.

Benoem een moeilijk moment zorgvuldig

Wanneer iets lastig was, beschrijf je de situatie zonder het kind een vast etiket te geven. ‘Hij bleef vandaag tijdens het opruimen bij de bouwplek staan’ is concreter dan ‘hij luistert nooit’. Vertel vervolgens wat jij deed en hoe het verderging.

Bijvoorbeeld: ‘Hij wilde nog bouwen. Ik benoemde dat we gingen eten en hielp hem één bak terug te zetten. Daarna liep hij met mij naar de tafel.’ Je geeft informatie over het hele verloop en je professionele handelen.

Niet alles past bij de deur. Het Nederlands Jeugdinstituut adviseert om voor bepaalde onderwerpen een apart gesprek te organiseren. Kondig dat rustig aan en spreek met de ouder een geschikt moment af. Houd noodzakelijke informatie over de dag wel tijdig beschikbaar.

Maak ruimte voor de ouder

Een ouder kan haast hebben, stil zijn of veel willen vertellen. Vraag wat op dat moment past: ‘Zal ik het kort vertellen, of heb je even tijd?’ Bij een uitgebreider onderwerp kun je aangeven wat je later wilt bespreken en met wie.

Luister naar wat de ouder toevoegt en controleer of je het goed begrijpt. ‘Je vertelt dat hij thuis de laatste dagen later in slaap valt.’ Vermijd meteen een verklaring of oplossing. De informatie kan eerst aanleiding zijn om samen een paar dagen beter te kijken.

Vertel over het eigen kind

Houd je voorbeelden bij het kind van deze ouder en jouw eigen begeleiding. Deel geen onnodige persoonlijke informatie over andere kinderen of gezinnen. Bij een incident volg je de afspraken van je organisatie over informeren en vastleggen.

Gebruik voor je eigen voorbereiding een korte, feitelijke notitie. Bewaar ingevulde kindgegevens alleen volgens de afspraken van je locatie. Een algemeen evaluatieblad kan ook worden gebruikt voor je eigen handelen, zonder namen of herkenbare gegevens te noteren.

Zo bereid je de overdracht voor

Kies aan het einde van de dag één gebeurtenis die je nog concreet kunt beschrijven. Check eventueel met een collega wat jij niet zelf hebt gezien. Houd waarneming en verklaring uit elkaar: zeg niet dat een kind ergens bang voor was als je alleen hebt gezien dat het afstand hield.

Je kunt de observatie aanvullen met één open vraag aan de ouder en één haalbare afspraak voor de volgende dag. Leg alleen vast wat nodig is. Een betekenisvolle overdracht hoeft geen uitgebreid verslag te zijn.

Verder lezen en gebruiken

Bronnen en verdieping

NJi: ouderbetrokkenheid in de kinderopvang · NJi: contact met ouders en de overdracht

De praktijkvoorbeelden en stappen op deze pagina zijn eigen uitwerkingen van Pedagogisch Praktisch. Stem de toepassing af op de kinderen, de werkwijze en de afspraken van je organisatie.

Pedagogisch Praktisch

Praktische pedagogiek, materialen en kennis voor professionals in de kinderopvang.


© Pedagogisch Praktisch