Begin met wat je daadwerkelijk ziet en hoort. Beschrijf het handelen van het kind en kies daarna wat je wilt behouden of aanpassen in materiaal, omgeving of begeleiding.
Waarvoor gebruik je een observatie?
Doelgericht observeren geeft informatie voor de voorbereiding en begeleiding. De NAEYC beschrijft observatie en documentatie als een doorlopend proces dat helpt om activiteiten en interacties af te stemmen op kinderen. Kijk daarom op meerdere momenten en in verschillende situaties.
Bron: NAEYC – observeren, documenteren en ontwikkeling volgen.
Een praktische vertaling voor op de groep
- Kies één concrete vraag, bijvoorbeeld: wat doet het kind met dit materiaal?
- Noteer enkele handelingen of uitgesproken woorden.
- Houd de mogelijke betekenis apart van wat je werkelijk zag.
- Kies één verandering en observeer daarna opnieuw.
Dit is een werkwijze voor praktijkreflectie, geen gestandaardiseerd instrument om ontwikkeling te beoordelen.
Voorbeeld: belangstelling verplaatst
Je biedt bladeren aan een tafel aan. Een kind pakt een blad, loopt ermee naar een lage plank en legt het daar neer. Het herhaalt dit met andere bladeren.
Waarneming: het kind verplaatst bladeren van de tafel naar de plank.
Mogelijke betekenis: het onderzoekt ordenen of een plek inrichten. Dat is nog een veronderstelling.
Vervolg: geef ruimte om de plek te gebruiken en kijk wat het kind daarna doet.
Aandacht voor de oorspronkelijke opstelling kan afnemen terwijl de betrokkenheid bij het materiaal verdergaat.
Wat kun je zeggen?
‘Je legt de bladeren op de plank.’
‘Deze ligt naast de andere.’
‘Ik zet het mandje hier neer.’
Je hoeft van ieder moment een vraag te maken. Een korte beschrijving kan ook aansluiten bij wat het kind doet.
Gebruik je observatie
Pedagogisch Praktisch
Pedagogisch sterk. Praktisch uitvoerbaar.
Thema’s · Praktijktools · Kennisbank · Over
