Taal geven aan spel

Taal en interactie · Dreumesen en peuters

Een gesprek ontstaat niet alleen door vragen te stellen. Ontdek hoe je met kijken, benoemen, wachten en aansluiten ruimte maakt voor de woorden en initiatieven van kinderen.

Volg waar de aandacht al is

Een kind legt twee blokken naast elkaar. Je kunt vragen welke kleur ze hebben, maar je kunt ook benoemen wat het kind werkelijk doet: ‘Deze komt naast de andere.’ Je taal sluit dan aan op de handeling van dat moment. Kijk vervolgens wat het kind ermee doet.

Het Nederlands Jeugdinstituut noemt praten, uitleggen en luisteren als interactievaardigheid. Het Expertisecentrum Nederlands verbindt in TINK taalvaardigheid met de manier waarop professionals reageren en begeleiden. Voor de praktijk betekent dit dat je aandacht geeft aan je eigen woorden én aan de ruimte die een kind krijgt om te reageren.

Benoemen is een uitnodiging tot contact

Een korte beschrijving kan een begin zijn: ‘Je schuift de bak.’ Het kind kan antwoorden met een woord, een blik, een gebaar of nog een handeling. Wacht en kijk voordat je je volgende zin toevoegt. Je hoeft een stilte niet direct op te vullen.

Wanneer het kind zegt ‘auto’, kun je aansluiten met ‘De auto rijdt naar binnen.’ Je maakt de zin iets ruimer terwijl het onderwerp hetzelfde blijft. Bij een kind dat nog weinig spreekt, kun je de handeling volgen en één passend woord herhalen. Gebruik je eigen natuurlijke taal; het hoeft geen ingestudeerd lesje te worden.

Kies vragen die iets toevoegen

Vraag alleen wanneer je nieuwsgierig bent naar het plan of de gedachte van het kind. Een vraag als ‘Wat heb je nog nodig?’ kan helpen wanneer een kind iets aan het bouwen is. ‘Waar zal de pop slapen?’ kan aansluiten bij een bestaand verhaal.

Een reeks vragen waarvan jij het antwoord al kent, kan de aandacht juist verschuiven naar jouw verwachtingen. Wissel daarom vragen af met beschrijvingen en reageren op wat het kind zelf inbrengt. Open vragen zijn niet altijd de beste keuze: voor een jong kind kan een concrete keuze tussen twee zichtbare mogelijkheden beter passen.

  • Bij herhaling: ‘Je doet het nog een keer.’
  • Bij een ontdekking: ‘De grote bak past er niet in.’
  • Bij een plan: ‘Jij wilt een lange weg maken.’
  • Bij hulp zoeken: ‘Je kijkt naar mij. Zal ik de bak vasthouden?’
  • Bij contact tussen kinderen: ‘Je laat zien waar jouw auto rijdt.’

Praktijkvoorbeeld: van een spoor naar een gesprek

Een kind rijdt een speelgoedauto door een dun laagje geschikt speelmateriaal en kijkt naar het spoor. Je zegt: ‘Er blijft een streep achter.’ Het kind rijdt nog een keer en zegt ‘lang’. Je kunt reageren: ‘Deze streep loopt helemaal tot de rand.’

Het volgende initiatief ligt weer bij het kind. Misschien volgt een tweede auto, misschien veegt het kind het spoor weg. Je hoeft het niet te laten vergelijken of tellen omdat dat ook zou kunnen. Kies één aansluiting bij het onderzoek dat zichtbaar is.

Een ander kind kijkt mee en zegt dat de auto naar huis gaat. Je kunt die bijdrage benoemen en kijken of er een gezamenlijk verhaal ontstaat. Blijft het bij kijken naast elkaar, dan is dat ook een vorm van gedeelde aandacht.

Geef verschillende manieren van reageren ruimte

Kijk niet alleen naar uitgesproken woorden. Ook wijzen, mimiek, een beweging of het aanbieden van een voorwerp kan een bijdrage aan het contact zijn. Reageer op het initiatief dat je ziet, zonder namens het kind een lange verklaring te maken.

Wanneer je een woord of uiting niet begrijpt, laat dat rustig merken: ‘Je laat me iets zien. Kun je aanwijzen wat je bedoelt?’ Vraag ouders hoe het kind thuis een voorwerp noemt als dat helpt bij de afstemming. Je hoeft niet ieder woord tijdens het spel te corrigeren.

Oefen één aandachtspunt tegelijk

Kies tijdens één spelmoment bijvoorbeeld voor minder opeenvolgende vragen. Noteer achteraf een zin van jezelf en de reactie van het kind. Bespreek met een collega wat je daarmee mogelijk maakte en waar je onbedoeld de regie overnam.

Gebruik de activiteitenkaart om vooraf één of twee voorbeeldzinnen te kiezen. Houd ruimte om die los te laten wanneer het kind een andere richting kiest. De waarde zit in passend reageren op een echt moment, niet in het afwerken van voorbereide taal.

Verder lezen en gebruiken

Bronnen en verdieping

NJi: praten, uitleggen en luisteren · Expertisecentrum Nederlands: taal en interactie in TINK

De praktijkvoorbeelden en stappen op deze pagina zijn eigen uitwerkingen van Pedagogisch Praktisch. Stem de toepassing af op de kinderen, de werkwijze en de afspraken van je organisatie.

Pedagogisch Praktisch

Praktische pedagogiek, materialen en kennis voor professionals in de kinderopvang.


© Pedagogisch Praktisch